Nagesprek

Alles wat theater is - Oostpool & Sonnevanck - foto Juliette de Groot

Na afloop van de voorstelling

Je hebt met je klas de voorstelling Alles wat theater is gezien. Na het zien van de voorstelling is het goed om met je leerlingen te reflecteren op hun ervaring. Op deze manier verbinden je leerlingen wat ze ervaren hebben in de voorstelling aan hun eigen persoonlijke leven en dat van hun klasgenoten.

De voorstelling omarmt het ‘anders zijn’. Het kan zijn dat dit veel vragen of misschien zelfs weerstand bij leerlingen oproept.

Benadruk dat iedereen andere dingen heeft gezien en dat het juist interessant is om de verschillende ervaringen te onderzoeken. Vermijd vragen die gaan over ‘goed’ of ‘fout’ (“Welke acteur vond je het beste?”, “Wat vond je het stomste aan de voorstelling?”). Vraag naar waar zij de voorstelling over vinden gaan, wat ze heeft geraakt en onderzoek met elkaar de verschillen.

Bespreek onderstaande vragen met de leerlingen:
• Waar ging de voorstelling volgens jou over?
• Wat heeft je het meest geraakt?
• Wat is je het meest bijgebleven?
• Met welk personage voelde jij je het meest verbonden? En hoe kwam dat?
• Herken je iets uit de voorstelling in je eigen leven?

Naar aanleiding van de laatste vraag, start je een vervolggesprek over identiteit.
Gebruik hiervoor onderstaande vragen:
• Wat is identiteit?
• Heb je het idee dat anderen jou zien zoals jij jezelf ziet?
• Welke aspecten aan jouw identiteit vind je belangrijk?
• Kan je identiteit veranderen?
• Is die van jou weleens veranderd?

Terug