Bedankt voor je bezoek aan The Drama

Wat vond je van de voorstelling?

Dank voor je bezoek. Wat vond je van de voorstelling? Voldeed deze aan je verwachtingen of juist niet? Was er een onderdeel in de show waardoor je echt geraakt was? Wij zijn heel benieuwd naar je mening.

Portretfoto van Florian Myjer

Florian Myjer
Regisseur

Scènefoto The Drama

Achtergrond

In The Drama onderzoekt Florian Myjer hoe sociale klasse doorwerkt in Nederland. Waarom is het belangrijk om daarover te praten? En wat bedoelen we eigenlijk wanneer we het over sociale klasse hebben?

Anders dan begrippen als ‘genderidentiteit’ of ‘afkomst’ lijkt ‘klasse’ de afgelopen decennia minder nadrukkelijk aanwezig te zijn geweest in gesprekken over sociale ongelijkheid. Toch is het een belangrijk onderwerp als we willen begrijpen hoe ongelijkheid in Nederland ontstaat en wordt doorgegeven. Sociale klasse hangt namelijk niet alleen samen met je economische positie, zoals inkomen, opleiding, werk en woonsituatie, maar ook met culturele kennis en voorkeuren, je sociale netwerk en de mogelijkheden die je tot je beschikking hebt. Sociale klasse werkt daarmee door in veel aspecten van het dagelijks leven.

Lees verder

Juist in Nederland kan het lastig zijn om dat te erkennen. Gelijkheid en individuele vrijheid spelen een belangrijke rol in het Nederlandse zelfbeeld. Tegelijkertijd kent Nederland een lange geschiedenis van sociale verschillen. Tot ver in de negentiende eeuw waren afkomst en maatschappelijke positie sterk bepalend voor de mogelijkheden die iemand had. Met industrialisering, de uitbreiding van onderwijs en de organisatie van arbeiders in onder meer vakbonden nam de sociale mobiliteit toe en werd het denken in sociale klassen zichtbaarder. Toch bleef ook het idee sterk dat mensen hun positie vooral zelf kunnen beïnvloeden. Dat idee heeft een aantrekkelijke kant, maar ook een schaduwzijde: maatschappelijke omstandigheden kunnen daardoor gemakkelijk worden gezien als individuele verantwoordelijkheid. Het grotere plaatje, de invloed van bijvoorbeeld inkomen, opleiding, netwerk en kansen, raakt dan uit beeld. Dat kan ongemakkelijk zijn. Want wat betekent het als je mogelijkheden niet alleen afhangen van je eigen keuzes, maar ook van systemen en omstandigheden waarin je bent opgegroeid? En wat als die omstandigheden mede beïnvloeden welke opleiding je volgt, waar je woont, met wie je omgaat en welke culturele voorkeuren je ontwikkelt?

Vanaf de jaren negentig raakte het denken in vaste sociale klassen in Nederland meer op de achtergrond en werd het beeld van een brede middenklasse dominant. Tegelijkertijd laat hedendaags onderzoek zien dat er nog altijd hardnekkige verschillen bestaan in inkomen, vermogen, opleiding, gezondheid, netwerken en maatschappelijke kansen. Sociale klasse is dus allerminst verdwenen. De vraag is vooral hoe we er vandaag over kunnen nadenken. Een belangrijk vertrekpunt daarvoor vinden we bij de Franse socioloog Pierre Bourdieu. In zijn werk laat hij zien dat sociale ongelijkheid niet alleen zichtbaar is in geld of bezit, maar ook in gewoonten, smaak, kennis, netwerken en vanzelfsprekendheden. Mensen bewegen zich binnen sociale structuren, maar dragen door hun dagelijkse handelen ook bij aan het voortbestaan ervan. De Franse socioloog en schrijver Didier Eribon beschrijft in zijn autobiografische boek Terug naar Reims hoe sociale afkomst doorwerkt in onder meer onderwijs, schaamte, gedrag en de mogelijkheden die iemand voor zichzelf ziet. Verwachtingen vanuit de omgeving en reacties daarop kunnen elkaar versterken, waardoor bestaande verschillen worden gereproduceerd. Ook in culturele ruimtes zijn zulke mechanismen zichtbaar. Wie vaak in een theater of galerie komt, kent meestal ongeschreven codes: wanneer je stil bent, wanneer je klapt, hoe je je beweegt of met anderen praat. Voor wie die codes niet kent, kan zo’n ruimte minder vanzelfsprekend aanvoelen. Bourdieu helpt ons zo te zien dat klasse niet alleen iets is wat je hébt, maar ook iets wat in gewoonten en sociale verhoudingen zichtbaar wordt. Bewustwording daarvan kan ruimte geven om vanzelfsprekendheden te bevragen en grenzen tussen sociale werelden te doorbreken. Tegelijkertijd is individuele bewustwording niet genoeg. Sociale ongelijkheid hangt ook samen met structurele verschillen in bijvoorbeeld inkomen, vermogen, onderwijs, arbeidsmarktpositie, huisvesting en toegang tot zorg en cultuur. Wie over klasse praat, moet daarom zowel naar dagelijks gedrag als naar maatschappelijke structuren kijken.

Een belangrijk onderdeel van Bourdieus denken is het onderscheid tussen verschillende vormen van kapitaal: hulpbronnen die mede bepalen welke positie en mogelijkheden iemand in de samenleving heeft. Voor deze pagina zijn drie vormen vooral relevant: economisch, cultureel en sociaal kapitaal.

  • Economisch kapitaal gaat over financiële middelen en bezit: bijvoorbeeld inkomen, spaargeld, vermogen en eigendom. Wie daar veel van heeft, beschikt doorgaans over meer financiële ruimte en zekerheid.
  • Cultureel kapitaal gaat over kennis, vaardigheden, opleiding en culturele codes. Denk bijvoorbeeld aan weten hoe bepaalde instellingen werken, vertrouwd zijn met kunst en cultuur of beschikken over kennis die in onderwijs en werk wordt gewaardeerd.
  • Sociaal kapitaal gaat over relaties en netwerken: de mensen die je kent en op wie je een beroep kunt doen. Een netwerk kan bijvoorbeeld helpen bij het vinden van een baan of stage, het krijgen van advies of het ontvangen van praktische en emotionele steun.

Het onderscheid tussen deze vormen van kapitaal maakt zichtbaar dat sociale positie over meer gaat dan geld alleen. Tegelijkertijd schuilt daarin ook een risico. In het artikel Kunnen we over klasse ook anders praten dan als lifestyle? reflecteert filosoof en schrijver Helmer Stoel op de manier waarop sociale klasse opnieuw onderwerp van gesprek is geworden, onder meer onder hoogopgeleide professionals, makers en intellectuelen uit de middenklasse. Volgens Stoel krijgt cultureel kapitaal in zulke gesprekken soms buitenproportioneel veel aandacht: smaak, consumptie, opleidingsniveau en het herkennen van eigen privilege kunnen dan bijna zelf een vorm van status worden. Daarmee kan de economische kant van klasse uit beeld raken. Juist in een periode waarin woningnood, onzeker werk, inflatie en druk op sociale voorzieningen ook delen van de middenklasse raken, is het belangrijk om klasse niet alleen als lifestyle of identiteit te bespreken. Bourdieus brede blik op kapitaal helpt om sociale klasse veelzijdiger te begrijpen, maar mag niet verhullen dat inkomen, vermogen en positie op de arbeidsmarkt een fundamentele rol blijven spelen. Wie het gesprek over klasse voert, moet het dus zowel over culturele codes als over materiële ongelijkheid hebben, over zuurdesembrood en Le Creuset, maar óók over loon, bezit, werkzekerheid en woonlasten.

In het Nederland van de 21e eeuw laten sociale klassen zich niet eenvoudig afbakenen door het klassieke onderscheid tussen wie in de fabriek werkt en wie de fabriek bezit. Iemands maatschappelijke positie hangt samen met verschillende hulpbronnen die elkaar kunnen versterken of juist tegenwerken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) biedt een manier om die gelaagdheid in kaart te brengen. In het rapport Eigentijdse ongelijkheid uit 2023 onderscheidt het SCP zeven sociale klassen op basis van vier soorten hulpbronnen: economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal. Dat laatste gaat onder meer over gezondheid en fysieke en mentale mogelijkheden. De zeven groepen verschillen daarnaast bijvoorbeeld in leeftijd, herkomst, maatschappelijke opvattingen en politieke betrokkenheid. Ook deze indeling is geen definitieve waarheid, maar een model om patronen van ongelijkheid zichtbaar te maken. Helmer Stoel plaatst bovendien een kritische kanttekening bij benaderingen waarin cultureel en sociaal kapitaal veel nadruk krijgen: wie weinig inkomen of vermogen heeft, kan dat tekort niet simpelweg compenseren met culturele smaak of een goed netwerk. Hij pleit daarom voor een relationele blik op klasse, waarbij niet alleen wordt gevraagd tot welke categorie iemand behoort, maar ook hoe mensen zich tot elkaar en tot geld, bezit, werk, opleiding en cultuur verhouden. Zo bekeken staat sociale klasse nooit helemaal los van andere vormen van ongelijkheid. Factoren als gender, herkomst en gezondheid kunnen de maatschappelijke positie en ervaringen van mensen mede beïnvloeden. Dat brengt een actuele vraag met zich mee: hoe erkennen we verschillen tussen mensen zonder uit het oog te verliezen wat hen in de strijd tegen ongelijkheid kan verbinden? Daarover zijn we nog lang niet uitgesproken.

Bronnenlijst

Een belangrijke bron voor deze pagina was de besloten lezing Inleiding tot sociale klasse in Nederland, die filosoof en academicus Helmer Stoel op 17 augustus 2026 hield bij Theater Oostpool.

Scènefoto The Drama

Blijf op de hoogte

Heb je genoten van The Drama en wil je graag weten wat Theater Oostpool nog meer doet? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en volg ons op de socials zodat je altijd als eerste op de hoogte bent van alles wat we doen.

Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama
Scènefoto The Drama

Over de regisseur

Florian Myjer (1992) is theatermaker en acteur. Hij maakt Kunst met een grote K voor een breed publiek, vanuit zeer persoonlijke thema’s en ervaringen, die de sleutel vormen tot klassiekers uit de wereldliteratuur- en theatercanon. Na zijn afstuderen aan de performance-opleiding van de Toneelacademie Maastricht in 2017 werd Florian vaste maker bij Frascati Producties (2017-2021). Hier maakte hij o.a. de voorstellingen Oliver (TAZ – De Grote Post Residentieprijs 2018), Regina Rex (nominatie BNG Theaterprijs 2018) en Yves Saint Laurent. Met Kim Karssen maakte hij Bloomsbury, Oorlog en Vrede (nominatie BNG Theaterprijs 2021), Mephisto Park en Mann Mann Mann. Van 2021 tot 2024 maakte Florian deel uit van de artistieke leiding van Theatergroep De Warme Winkel, waar hij o.a. de voorstellingen Lady Chatterley’s Lover (met Lisa Verbelen en Marieke de Zwaan, selectie Nederlands Theaterfestival 2022) en Brideshead Revisited (met Abke Haring, selectie Nederlands Theater Festival 2024) maakte. Voor zijn rol in de film Sweet Dreams (tevens de Nederlandse Oscar inzending) werd hij bekroond met een Gouden Kalf voor Beste Bijrol. Sinds 2024 is Florian onderdeel van het artistieke team van Theater Oostpool.

Portretfoto van Florian Myjer

Meer van Oostpool

Onderwijs

Ben je werkzaam in het onderwijs en ga je met jouw klas naar The Drama? Onze afdeling Interactie & Inclusie heeft verdiepingsmateriaal samengesteld dat je zowel voorafgaand aan je bezoek als naderhand kan gebruiken.

Scènefoto The Drama
Terug